In Wilhelmshaven met Bukowski 2

Wilhelmshaven maandag 17 juli 2017

Het algemeen beleden geloof in buienradar.nl heeft in Martha en mij ook volgelingen gekregen. Onze beloning? De komende 24 uur zijn gegarandeerd neerslagvrij, zo stelt de app vast. Laat die regenpakken nou maar gewoon thuis.

Niettemin sluipt er enige twijfel in onze nieuwbakken meteorologische religie - gebrek aan vertrouwen in de digitale weergod? -  en dus gaan de regenpakken in ieder geval mee in de auto naar Dornum, een dorpje bij de Duitse waddenkust. Overbodige zorg, zo blijkt alras. De hele dag strakblauwe luchten met af en toe een vriendelijk veldje witte wolken. Fotografisch kan het niet beter. Haarscherpe vergezichten. Resultaat: twee dankbare buienradar believers! Leve Buienradar!

 

In het dorpje Dornum bevindt zich een synagoge. Hoewel de nazi's de inboedel van het joodse godshuis in 1938 volledig verwoest hebben - verbrand op het marktplein - is het gebouw zelf gespaard gebleven. Er is ook een kleine joodse begraafplaats in Dornum.

We volgen de zogeheten 'Rundweg' door Dornum die de bezoeker de gelegenheid biedt de 'highlights' van dit knusse en mooie wierdedorpje te bekijken.

We beginnen bij de St. Bartholomäuskerk. De kerk is van de evangelisch-lutherse gemeente. De plomp gebouwde klokkentoren stamt uit de 13e eeuw, de fors uitgevallen klokken zijn in originele staat en het los van de toren staande kerkgebouw stamt uit dezelfde eeuw, al is duidelijk te zien dat de kerk niet zonder schanseringen de eeuwen heeft getrotseerd: op meerdere plaatsen zijn grote scheuren gerepareerd, in een afwijkende kleur baksteen.

Rondom het kerkje tref je - helemaal zoals het hoort - een kerkhof aan. Goed onderhouden graven omringen een groot deel van de kerk. De namen op de stenen zijn veelal van Nederlands-Friese afkomst.

Later op de dag gaan we terug naar de Bartholomäuskerk om het interieur en de crypte te bekijken. De toezichthoudende mevrouw legt ons uit wat het verschil is tussen 'reformiert' en 'evangelisch-lutherisch'. En waarom dat de aanwezigheid van de rijke versieringen in het interieur verklaart. Ze doet dat half in het Nedersaksisch en half in het Duits. Ze geeft aan dat ze zich het liefst en gemakkelijkst uitdrukt in 'heur aig'n toal', en we krijgen het al gauw over de teloorgang van de Nedersaksische talen; de kinderen willen die niet meer leren en ook niet spreken. Al zijn er nieuwe onderzoeken die vaststellen dat aan deze neerwaartse beweging in Nedersaksen althans een einde lijkt te komen.

 

De tijd tussen de twee bezoeken aan de Bartholomäuskerk wordt besteed aan het bekijken van wat Dornum nog meer te bieden heeft. Zo staat er aan het al eerder genoemde marktplein een in Nederlandse barokstijl gebouwd herenhuis, nu in gebruik als restaurant. Veel baroks kunnen wij er niet aan ontdekken.

In de klinkers van het plein zien we een Davidsster, die de plaats markeert waar de inboedel van de synagoge door de nazi's vernietigd werd.

De synagoge is de volgende halte van de Rundweg. Het gebouwtje is gesloten, bordjes geven uiterst summiere informatie over de synagoge. Enige toeristen - een van hen gekleed in een Schweinsteiger voetbalshirt - lopen zonder enige belangstelling voorbij. We passeren vervolgens het huis van een Nedersaksische schrijver, Hero Victor. Het huis is wit en goed onderhouden en ligt pal naast de volgende attractie, het grote 'Wasserschloß' dat Dornum rijk is.

Via een indrukwekkende stenen poort kom je op een immense binnenplaats waar je een goed overzicht hebt van het hoofdgebouw en de bijgebouwen. Het geheel doet denken aan een Groninger borg, al is dit allemaal fors groter, en ook oogt het strenger.

Over borgen gesproken, Dornum heeft er nog een: Beninga's Burg. Het is een warm en knus ogend steenhuis, of beter gezegd, het heeft qua voorkomen wel iets van een steenhuis, al mist het de karakteristieke 'spijker' vorm die je bij een steenhuis mag verwachten.

Inmiddels is het bijzonder warm geworden. We hebben dorst en besluiten thee op zijn Oost-Fries te drinken, en Beninga's Burg blijkt daarin gespecialiseerd.  Je drinkt je thee met een klontje kandij of kluntje zoals ze dat hier noemen. De mevrouw die ons allervriendelijkst bedient raadt de kersen kwarktaart aan. Betere tip hebben we nooit gehad.

In het voorjaar van 2015 verbleven we in Norden en omgeving in het kader van ons Eems project. Die trip eindigde bij het havenplaatsje Dornumersiel.  We laden de fietsen in de auto, rijden Dornum uit en koersen door het prachtige boerenland van volle akkers, bloemen, spreeuwen en zwaluwen naar Dornumersiel. Daar regeert de watersport- en strand en zee minnende toerist: wat een drukte! Het verschil met ons vorige bezoek aan dit haventje kon niet groter zijn. Toen: regen, druil, en een verlaten haven. Nu: helder weer, de Waddeneilanden binnen handbereik, zeilende bootjes, krijsende meeuwen, lachende mensen. Er wordt gefietst, gewandeld, gedronken, gegeten en genoten. We bekijken de haven een tijdje, en besluiten dan langs de dijk te fietsen richting Bensersiel.

 

We komen niet in Bensersiel, daarvoor is het al te laat in de middag en het haventje verder weg dan we dachten. We rijden daarom maar weer terug naar Dornumersiel. Toch: dit is Kiek over Diek in optima forma. Onder de blote hemel, links de zee, rechts de dijk en kilometers buitendijks te gaan. 

Terug in Dornumersiel laden we fietsen en camera's in onze trouwe Renault en tuffen naar onze Fewo in WHV. Rond 20.00 uur zitten we aan tafel.

 

Dit KoD project zal eindigen in WHV. De vele losse eindjes in de Krummhörn en wat er in dit verband verder nog in Oost-Friesland gedaan kan worden blijven evenzovele redenen om in dit open en vriendelijke landschap voor kortere of langere tijd te vertoeven. Dan kan ik misschien de opgelopen filmschade, waarover ik al schreef in dit blog, een beetje repareren.

Morgen, bij geschikt weer, willen we rondneuzen in en bij Neuharlingersiel en Schillig, en misschien bij het grote vogelgebied in de buurt van Hooksiel. We plannen het niet al te vast.

 

Tot slot, de poëtische observaties en bespiegelingen van Charles Bukowski zijn 'a completely different thing'. Sluit er ook maar één vers aan bij een zomerdag als deze? Als ik een keuze kon maken, dan misschien het al besproken 'bright red car'. De donkere kant in dat gedicht dat zich afspeelt op een zonnige zomerdag vindt aansluiting bij de schaduw van wat de synagoge in Dornum overkwam.


kust bij Schillig; ©MdVFoto
kust bij Schillig; ©MdVFoto

Wilhelmshaven dinsdag 18 juli 2017

Vandaag starten we in Schillig. Wie zoals ik dacht dat Schillig het uitgestorvenste van alle uitgestorven Waddendorpjes was heeft het mis. Het is wel even wat anders dan een dooie camping, een dijk, twee oude Duitse echtparen met een hond en donkere wolken boven het begin van de schepping.

Schillig blijkt een warm toeristenbad, tenminste bij mooi weer. Over de dijk, even buiten het dorp, ligt een prachtige ven. Moeraswater. Eromheen strand. Direct onder het strandzand: veen. Het zeewater is ver weg. Het licht trippelt over het natte zand tot aan Wangerooge toe. Kinderen jagen op visjes en krabben. Oude mensen hobbelen voorbij, de wat fittere berijden e-bikes.

 

Martha en ik rijden ook. Langs begroeide schorren vol wilde bloemen in helder geel en wit. Het is helder genoeg om ook Spiekeroog te zien blinken in de zon. Veerboot. Nog een. Verder op zee, op weg naar Hamburg of Bremerhaven, dan wel daar juist van afkomstig, vrachtschepen en containerschepen. Wind, vogels, stilte. 

Zo rijden we een flinke tijd voort. Dan het besef dat we maar 90 minuten gratis parkeertijd in Schillig hebben. De tijd aan de dijk gaat traag, maar die gratis P-tijd blijft natuurlijk 90 min. 

 

In de auto naar Bensersiel.  Voor drie eurietjes kan je er de hele dag parkeren, buiten het dorp, dat wel! Bensersiel blijkt nog weer een stuk toeristischer dan Dornumersiel. De havens lijken qua stijl en indeling precies op elkaar. We kijken even rond in de haven, en fietsen dan naar de dijk. De aanwakkerende wind grijpt ons stevig vast en laat niet meer los. We zien Langeoog. En nu nog helderder dan bij Schillig Spiekeroog. Zo ploeteren we voort, en vragen ons af wanneer verschijnt Neuharlingersiel nou eens om de hoek?

Aan de dijk staan drie mensen. Een van hen, een jongeman, vraagt of we een fietspomp hebben. Die hebben we. Samen met twee oudere mensen - vermoedelijk zijn ouders, al wordt ons dat niet helemaal duidelijk - probeert hij een lekke band te repareren. De harde wind en de overduidelijke onervarenheid van de reparateurs werken tegen. Het lek is ook erg groot. Het plakkertje plakt niet. Ik help waar ik kan, maar ze geven hun probleem niet graag uit handen. Zo klungelen we meer dan een half uur aan. Neuharlingersiel verdampt uit onze hoofden. We fietsen maar terug naar Bensersiel, een fietsbandplakkertje lichter. 

Van Bensersiel naar WHV is een autorit van een goed half uur. Het boerenland is zonovergoten mooi. We rijden door van mens en god verlaten gehuchten en streekjes die niettemin bol staan van de Fewo's. De akkers zijn omzoomd met groen en bloemen. We zien spreeuwen en zwaluwen, erg veel zwaluwen. De wegen worden onveilig gemaakt door hardrijdende Duitsers die moe van een dag werk zo snel mogelijk thuis willen zijn.

Langzaam valt over de dag vol zon de avond met een blauwe lucht zacht als zijde. En dus citeer ik Charles Bukowski hier maar: "The day wasn't useless after all". Hoewel dat bij nader inzien niet positief genoeg klinkt. Toch maar laten staan.


Wilhelmshaven rondvaart Jadebusen; ©MdVFoto
Wilhelmshaven rondvaart Jadebusen; ©MdVFoto

Wilhelmshaven woensdag 19 juli

Deze dag wordt de laatste volledige vakantiedag in WHV. Morgen voor 11.00 uur in de morgen zijn we uit de Fewo. Contract. Contracten horen volgens 'Het Oerboek van de Mens' bij onze 'verstandsnatuur', en dat is maar goed ook.

 

Rondvaarten horen bij onze cultuur-natuur: je 'nieuwe' wereld moet verkend en onderzocht worden. We voeren deze verkenning en dit onderzoek uit om 13.00 uur p.m. door ons in te schepen op het ms 'Harle Kurier'. We bevinden ons als enige NL'ers in het gezelschap van voornamelijk zeer corpulente Duitsers. We voelen ons in een klap heel klein en bescheiden in de presentie van deze kolossale lieden. Man man, die lui eten en drinken de godganse dag door. Het 'Mittagessen' wordt vaak in zeer copieuze uitvoering geserveerd en geconsumeerd. Dan hebben wij ons ontbijt nog maar net verteerd. En 'zij' hebben dan én ontbijt én ochtendkoffie én middagmaal verwerkt. Leve het land der calorieën! 

 

Bukowski - halve Duitser trouwens - schrijft in 'the writer': "I was so thin I could slice bread with my shoulder blades, only I seldom had bread..."

Prachtregel! Even ironisch als tragisch. In het kader van wat ik meemaak op de rondvaartboot, komt het me voor dat deze boodschap vast niet besteed is aan deze hollebollegijzen, al weet je het natuurlijk nooit. 

 

De 'Harle Kurier' vertrekt stipt op tijd en heeft er direct  een flinke vaart in zodat we binnen een paar minuten op de Jadebusen zijn. Je kunt de Jadebusen vergelijken met de Dollard, al ligt dit veel grotere water wat meer onbeschut. Het kan hier geducht spoken.

De zon schijnt fel, er staat een aangename bries en we snellen al gauw langs allerlei havenwerken, boten, kantoorgebouwen, kademuren, vuurtorens en lichtbakens. We zijn op weg naar de Jade Weser Port, een containerhaven die bij elk tij te bereiken is. We zien de eindeloos lange aanlegsteiger, de gigantische kranen. Enfin, we berichtten hier al eerder over (zie zaterdag). Gisteren had ik een groot containerschip zien passeren aan de horizon. Vandaag passeer ik het bakbeest - eigendom van MÆRSK - dat afgeladen is met honderden, wellicht duizenden, containers. De economische activiteit rond de Jadebusen speelt zich overduidelijk aan de WHV kant van het water af. De verre overkant, Butjadingen, oogt leeg en verlaten op een enkele zeilboot en wat bakens na.

De volgende attractie van deze vaartocht is de marinehaven van WHV. We hadden de marinescheepswerf al diverse malen gezien vanaf de Jachmannbrücke, en ook het marinemuseum gespot vanuit het Waddenzee Bezoekerscentrum, maar nu varen we zomaar langs een paar kanjers van oorlogsbodems. Van dat soort dingen ben ik over het algemeen gauw onder de indruk, maar de informatie die door de speakers over de Duitse marine werd verstrekt deed naar mijn idee weinig tot niets met de opvarenden. De meesten waren bezig met de verwerking van aangekochte etenswaren, met hun kinderen, of met het verstrekken van aangekochte etenswaren aan die kinderen, of ze rookten hun sigaretten - die lui paffen dagelijks een vermogen weg - en een aantal hield zich onledig met indringende vrijages. Tijdens de rondvaart die ongeveer anderhalve uur duurde, heb ik tenminste drie stelletjes mogen aanzien die zonder enige gêne tamelijk intieme handelingen aan elkaar verrichtten. Onwillekeurig dacht ik aan bepaalde insecten die ook eindeloos lang op elkaar zitten en ogenschijnlijk gebeurt er niets. Ach, en misschien waren het ook insecten.

 

En zo werd WHV door  Martha en mij vanaf het water bekeken. Het is altijd aardig de wereld vanuit dit perspectief te observeren. We zijn vanuit onze eerste natuur landkrabben, like it or not, en we kijken als zodanig naar een element dat we hebben moeten leren liefhebben.

Kijken naar het land vanaf het donkerblauwe, woelige water levert altijd een boeiende vraag op: waar en hoe neem ik wat het beste waar? Dat zijn drie vragen.

Het mooie vuurtorentje - de Querfeuer Alte Mole - dat ik vorige week vanuit het kikker perspectief filmde, bezag ik thans vanaf de Harle Kurier. Het was totaal iets anders, terwijl het om hetzelfde torentje ging.

 

Afijn, onze boot brengt ons weer aan wal, waar we er onmiddellijk aan herinnerd worden hoe onbarmhartig heet het landklimaat ter plaatse is. De frisse bries is weg. Etensgeuren dringen onze neusgaten binnen. We krijgen trek. Martha's camera accu is leeg en de reserve accu ligt in de Fewo. Daarheen. Lunch. Opnieuw op pad en dit keer naar de 'Christus of Garnison Kirche' van WHV. 

De 'Garnizoenskerk' doet zowel binnen als buiten sereen aan. Het gebouw is deels een weerspiegeling van het geestelijk/religieuze leven van de Duitse marinegemeenschap hier ter plaatse, en deels een historische weerslag van de keizerlijke stad die WHV is. Een en ander drukt een sterk stempel op de kerk en op wat er hier zichtbaar gemaakt wordt. De contrasten zijn hier af en toe hevig. Wat te denken van de woorden van Martin Niemöller die op de muur geschreven staan? Niemöller wijst erop dat in nazi-Duitsland ook voor de niet-ariër Christus - de grondlegger van het christelijk geloof - in de kerk ten lange leste geen plaats meer zal zijn, terwijl op dezelfde muur Hitler vriend, jodenhater en bisschop Ludwig Müller weet dat 'de jood tot het einde der dagen de ergste vijand van de christen zal zijn'. Ik geef hier mijn interpretatie van de teksten die overigens op een van onze foto's te lezen zijn.

Tussen die twee uitersten vind je een gedenkboek van de gevallen helden van de tweede wereldoorlog. Het is niet voor het eerst dat we constateren dat het huidige Duitsland toch een beleid van eerbetoon wenst te voeren voor de soldaten die sneuvelden voor het nazi vaderland Duitsland. Voor Adolf. Deze helden zijn verantwoordelijk voor - en nu blijf ik bewust binnen mijn 'familie- en kennissenbereik' - de dood van opa Jacob Westerveen, van Ailko de Vries (oom van Martha), van Thijs en Wicher Oljans. Ik kan dit eerbetoon maar moeilijk verdragen. Ik snap het ook niet goed. Ik denk aan het Eemsstadje Rietberg, dat wij enige jaren geleden bezochten en waar de 'dankbare' bevolking de gevallenen van de eerste wereldoorlog eert. Het klopt niet. Of zijn de Duitsers soms ook dankbaar voor de meer dan afzichtelijk grote bunkers die hier in WHV en elders te 'bewonderen' zijn? Twee van die dingen staan vlakbij elkaar in de wijk Heppens.

Zo zie je maar weer dat er veel in Duitsland is om bewondering en waardering voor te hebben. Bewondering en waardering zijn in dit geval kostbaar keramiek dat altijd de barsten van die verdomde oorlogen zal vertonen. Je komt de littekens vroeg of laat tegen: the war ain't over yet.

 

Drank op een terras aan het Südstrand. Halve liter Jever pils voor mij en een flinke bel witte wijn voor Martha. We besluiten ergens te eten. Het is onze laatste avond in WHV.

De lucht trekt dicht. Er wordt onweer verwacht in de vroege avond. We gaan naar de NETTO om boodschappen te doen. We zijn koud een kwartier in ons huisje of de regen valt als een brede waterval uit de hemel, vergezeld van goed getimede paukenslagen.

We eten in de Fewo, drinken koffie, pakken onze koffers, lezen onze boeken uit. Ik schrijf de laatste aflevering van dit vakantiejournaal. Of verslag. Of blog. Dan lees ik nog wat van Bukowski:

 

'then I back out, swing around and enter the real world again' (small café)  

 

Jacques; Wilhelmshaven/Groningen juli 2017 



Meer foto's hier!

Commentaar schrijven

Commentaren: 0