In Wilhelmshaven met Bukowski 1

Wilhelmshaven Grosser Hafen ©MdVFoto 2017
Wilhelmshaven Grosser Hafen ©MdVFoto 2017

Wilhelmshaven donderdag 13 juli 2017

Ons Kiek over Diek (KoD) project*) ging in het najaar van 2016 bij Nieuwe Statenzijl de Nederlands-Duitse grens over.  Daar zeilden we op onze TERN vouwfietsen langs de Duitse Dollarddijk, fotografeerden het Bohrinsel, reden door naar Pogum, en legden ook het 'Endje van de Welt' af tussen Pogum en Ditzum. Overigens deden we dit allemaal niet voor het eerst. Wat nieuw was dat we deze tochten in ons film- en fotoproject konden stoppen. 

Nog wat later in dat jaar kwamen er de fietstochten rond Bunderhee en Ditzumerverlaat bij, en langzaam rijpte in onze breinen het idee dat we zouden kunnen proberen ons KoD project zo lang en zo ver mogelijk vol te houden. We droomden van een finish in Denemarken, ergens ter hoogte van Rømø of zo. Dat het 'maar' Wilhelmshaven zou worden, beseften we toen nog niet.

 

Ondanks het feit dat ik mijn filmbestanden van Oost-Friesland (gemaakt in 2015 en 2016) in een moment van onoplettendheid grotendeels gewist heb, zijn we bij onze KoD plannen en ambities gebleven. Al is er inmiddels concurrentie: Martha kwam op het lumineuze idee een grenstocht te maken. De eerste plannen zijn er al, later meer daarover. Die grenstocht kan nog even wachten, anders wordt het wel heel veel gejakker.

 

En zo ziet 13 juli 2017 ons arriveren in een donker bewolkte havenstad na een autorit uit de mooie stad Groningen van ongeveer 7 kwartier. De reis naar Wilhelmshaven (WHV) ging van het spreekwoordelijke leien dakje, al hadden we wel de gelukkige omstandigheid bij aankomst de schoonmakers van ons appartement te treffen, zodat we tenminste over een sleutel beschikten, want de ons per mail toegezegde sleutel in het zogeheten 'Schlüsseltresor' was er niet! De schoonmakers bleken de ouders van de eigenares van het appartement die zelf vakantie hield in Lanzarote.

*) Kijk op: www.filmfabriekgroningen.com/kiek-over-diek en www.filmfabriekgroningen.com/kiek-over-diek-1

Goed. Installeren, eten, drinken, de camera's en fietsjes gebruiksklaar maken, en dan het ons volslagen onbekende WHV in. We hebben de slecht leesbare plattegrond in de telefoongids van deze marinehaven geraadpleegd, en zo vinden wij vrij vlot het havengebied en de 'Kaiser Wilhelm Brücke', een van de gezichtsbepalende bouwwerken van een stad die in onze beleving voortdurend tussen mooi en lelijk heen en weer beweegt.

De brug is mooi. Hij biedt brede vergezichten op de havens en op de Jadebusen. Aan beide uiteinden van de brug is in fraaie smeedijzeren vormen een poort gemaakt. Er boven hangen prachtige lampen.

De boulevard langs de Jadebusen - het Südstrand - is niet ongezellig, er heerst geen overdadige drukte. Hier en daar baden wat mensen, op het zeer uitgestrekte water zeilen witte bootjes. Al met al hangt er een rustig sfeertje. De mensen spreken gedempt met elkaar, ook de kinderen en de tieners houden zich in.

De Jadebusen trekt onze aandacht, vooral om de prachtige lichtval over het wijde water. De Jadebusen heeft zijn naam van het 22 km lange riviertje de Jade en doet ons aan de (kleinere) Dollard denken. Een serie stormen heeft er ooit voor gezorgd dat deze inham kon ontstaan. Later op onze verkenningstocht van vandaag komen we een bord tegen dat mededelingen verstrekt over de 'Deich Erhöhung' van het gebied. Aan de noodzaak van deze ophoging wordt door ons - in het licht van de klimaatontwikkelingen - niet getwijfeld. 

 

We zien een veerboot liggen die je om 09.00 uur naar de overkant van de Jadebusen brengt, naar een gebied  Butjadingen geheten, en om 17.00 uur kun je met diezelfde boot weer naar WHV. Het lijkt ons een leuk idee. Voorwaarde: het weer moet gunstig zijn, want ruim 7 uur stukslaan in open land doe je liever niet in vliegende storm en vlagende regen.

Kaiser Wilhelm Brücke; ©MdVFoto 2017
Kaiser Wilhelm Brücke; ©MdVFoto 2017

We fietsen verder en ontdekken een jachthaven. Zeilboten en kleine jachten varen in en uit. Aan het begin van de jachthaven zien we een een mooie, ijzeren brug: de Nassau Brücke. Helaas mogen onbevoegden zoals Martha en ik er niet op. Verder fietsend komen we langs de 'Windsbraut', de windbruid, een eerbetoon aan alle ' Wilhelmshavenerinnen'. De windbruid in de Germaanse mythologie is een wervelstorm, een weerdemoon, en het buitengewoon krachtige en sensuele beeld is gemaakt door kunstenaar Hartmut Wiesner, woonachtig in WHV. We vinden het beeld zo mooi dat we alleen al hierom de reis uit Groningen zo weer zouden overdoen.

 

We vervolgen onze tocht in de hoop dat er ergens een doorgaande route is die ons naar de wijk Heppens zal brengen. Heppens is het stadsdeel waar ons appartement ligt. Helaas. We komen bij een hek dat verder rijden verbiedt.

Moe als we zijn van de reis, het in- en uitpakken, het fietsen, fotograferen en filmen (ongelooflijk wat we op deze eerste dag weten te produceren), rijden we terug langs de route die we gekomen zijn. Het gaat niet helemaal goed als Martha denkt een 'shortcut' te hebben gevonden. Na wat gemier en gemiep vinden we de juiste weg naar onze Fewo. Daar pizza en wijn.

Onze Fewo zit tegen de rand van de stadskern aan. Ondanks de centraal gelegen plek hoor je vrijwel geen stadsverkeer. De dubbele beglazing van het huis helpt natuurlijk ook.

 

Iets over de KAISER WILHELM snorren: ik heb er vandaag twee gezien, en als je Kaiser Bill zelf meetelt - hij staat pontificaal te kijk tegenover de Garnizoenskerk van WHV - drie! Er zal er helaas in de loop van de week maar eentje bijkomen.


Wilhelmshaven Windwächter (Jadebusen); ©MdVFoto 2017
Wilhelmshaven Windwächter (Jadebusen); ©MdVFoto 2017

Wilhelmshaven vrijdag 14 juli 2017

Waar wij gisteren na onze aankomst in WHV de havens en kust in noordoostelijke richting verkenden, en ook de zuidkant van de stad, besloten we vandaag richting Sande te toeren, zuidwestelijk dus, langs de oevers van de Jadebusen. De weersverwachtingen waren bepaald beroerd, maar tot 16.00 uur bleef het wisselend bewolkt en droog.

We zijn tot Mariensiel gekomen. Een mooi dorpje in de buurt van een vliegveld(je), en in het bezit van een 'Historisches Siel'. Uit de geschiedenis van deze sluis leer je in elk geval dat er vele, vaak zware overstromingen zijn geweest waarna men telkens weer een nieuwe hogere dijk aanlegde. Met de huidige dijk is de sluis (16e eeuw) niet meer nodig.

 

Voor we in Mariensiel belanden, hebben we een flink stuk langs de oever van de Jadebusen gefietst. Het was laag water, er waren aardig wat vogels te zien op het in de zon glimmende slik, zij het bij lange na niet de aantallen die je bij 'onze' Waddenzee waarneemt. Filmen en fotograferen neemt aardig wat tijd, dus over een afstand van een kleine 4 km doe je al gauw meer dan een uur. Dan arriveer je relatief laat in Mariensiel, en is het niet handig nog verder te gaan. Dus terug naar WHV langs de Rundweg Banter See. En dat blijkt een heel aardige tocht te zijn langs een groot water dat ooit de aanlegplaats was voor olie vervoerende binnenschepen. Die olie werd aan de Banter See overgeslagen voor verder vervoer over land. Vandaag de dag is dit meer aantrekkelijk voor roeiers en kanovaarders. En voor vogels, uiteraard. Toch is het tamelijk leeg en heel stil. Ook ligt er veel zwerfvuil, ondanks de aanwezigheid van afvalbakken. Er zijn aardig wat viespeuken in dit land in weerwil van de Duitse hang naar 'Sauberkeit'.

 

Aan het eind van de middag regent het. Niet hard. Maar toch, het regent. We wachten de bui in de Fewo af. Doen boodschappen bij de NETTO om de hoek. Drinken Rivaner wijn. Eten. Wassen af. Na de koffie naar het Hauptbahnhof van WHV en de VVV. Bij het station bevinden zich  enigszins onplezierig ogende hangjongeren en de VVV is natuurlijk al lang dicht. Ach, misschien hebben we die stadsplattegrond helemaal niet nodig. WHV is een betrekkelijk nieuwe stad, en naar ons idee heel planmatig aangelegd.

Verder naar de kades.  Er valt een prachtig avondlicht vanuit een halfdonker bewolkte hemel over de Grosse Hafen en de Jadebusen. De camera's liggen echter in de Fewo. Dom. Dus foto's gemaakt met onze smartphones. Die foto's doorgestuurd naar familie bij wijze van ansichtkaarten.

De avond gaat op aan de overdag gemaakte foto's en films bekijken, apps beantwoorden en aantekeningen maken voor dit blog. Martha kleurt platen. Zo zijn we ontspannen bezig.

Bukowski

Begonnen aan de gedichten van Charles BukowskiThe Last Night Of The Earth. De prangende vraag nú is: waarom ben ik daar niet veel en veel eerder aan begonnen?

Ik bezit sinds enige tijd een licht beschadigde uitgave van The Last Night Of The Earth Poems, en het is meteen raak! Het gedicht 'Jam' slaat in als de bliksem.  Sobere, korte staccato zinnen vertellen een tot op het bot gestript verhaal. Volgepakt met oersterke beelden. Dat laatste zal heel kenmerkend blijken voor de poëzie van deze dichter. 

Van de vijf gedichten die ik tot dit moment heb gelezen zijn 'two toughs' en 'the telephone' ook van een wonderschone, ijle ironie. En van een droge nuchterheid: "I have never welcomed the ring of a telephone".  'The telephone' bevat een filmscenario. Daar ben ik inmiddels mee bezig.

 

Bukowski lezen - ook al zijn het nog maar een handvol gedichten tot nu toe - schept rust, al is de inhoud bepaald ontregelend en verontrustend. Het beeld van de 'laatste stervende dinosaurus' in het gedicht 'Jam' maakt dat maar al te duidelijk.

Deze gedichten passen op de een of andere manier in het WHV kader. Wat een wonderlijke stad is dat WHV. Het ene moment zie je prachtige gebouwen - wat kan bruinrode baksteen toch expressief zijn in de architectuur - die getuigen van een welvarende dynamiek uit vroegere tijden, dan sta je plotseling oog in oog met verlaten bouwsels ten prooi aan hevig verval. WHV is in twee woorden keizerlijk pauperisme. De twee tegenpolen liggen steeds dicht bij elkaar. En een gedicht van Bukowski is een soort Wilhelmshaven: een welhaast keizerlijke pen, en chaos, rijkdom in armoede, verloedering en krimp.

In Wilhelmshaven met Bukowski; ©MdVFoto
In Wilhelmshaven met Bukowski; ©MdVFoto

Zoals eerder gezegd, WHV is nog vrij jong (1869),  het stratenplan lijkt niet op dat van oudere, geleidelijk gegroeide steden. Het is allemaal nogal rechttoe rechtaan, wat overigens niet per se een bezwaar is.

De 'Kriegsmarine' heeft een stevig stempel op de stad gedrukt, maar de marine is ook in Duitsland niet meer wat hij is geweest, de marinewerf hier ter stede heeft ook een bescheidener plaats op de wereldranglijst moeten accepteren, en WHV toont ondanks de vele georganiseerde activiteiten ter lering ende vermaak duidelijke tekenen van krimp en verval.

Veel gebouwen staan leeg, en er zijn talloze verwaarloosde plekken in de stad, open ruimtes vol puin en troep. Onkruid kan er welig tieren, we menen de Japanse Duizendknoop in forse hoeveelheden te hebben waargenomen. Elke alerte gemeente zou deze plant onmiddellijk uitroeien, maar hier mag dat misselijke spul kennelijk zijn gang gaan.

Wat wel charmeert zijn de overwoekerde spoorlijnen. WHV, en heel Duitsland trouwens, zit er vol mee. In WHV kom je ze op de gekste plaatsen tegen, en de bloeiende planten zijn een lust voor het oog.

De stad boeit wel, maar hoe lang? Haar kracht ligt mijns inziens op dit moment in een aantal opvallende toeristische attracties, die vooral aan de zuidkant van de Kaiser Wilhelm Brücke te vinden zijn: langs het Südstrand. 


Hooksiel Alter Hafen; ©MdVFoto
Hooksiel Alter Hafen; ©MdVFoto

Wilhelmshaven zaterdag 15 juli 2017

Van Hooksiel hadden we geen voorstelling. De naam wekt op de een of andere manier associaties op met eindeloze kale dijken langs dito polders en landschappen, een eenzame winderige camping voor de ware liefhebber van een grijs en kil soort ruimte en rust, en verder een op sterven na dood zijnde kruidenierswinkel en eenzelvig ogende dorpelingen die hun argwaan jegens elke nieuwkomer nauwelijks weten te verhullen. Om Martha aan te halen: 'het klinkt alsof er allemaal Hoken wonen'.

Vergissing. Hooksiel blijkt een soort Greetsiel, wellicht iets minder pittoresk, gelegen in een prachtig agrarisch landschap dat door vele ruime waterwegen wordt doorsneden. Overal zwaar aan de obese kant verkerende toeristen weliswaar, maar ja, dat hebben we al die zomers in Duitsland al zoveel gezien, je kan haast niet anders verwachten. Martha denkt dat wij misschien ook wel wat dikker zouden zijn als we in Duitsland woonden en meer op z'n Duits aten. Tja, wie weet. Maar wij bewegen wel veel meer dan de meeste Duitsers. Als ze fietsen, fietsen ze op E-bikes. Weg met die dingen: auf eigener Kraft!

 

Op ongeveer 2½ km buiten Hooksiel ligt een camping die je moet binnengaan als je via het openbare fietspad naar het strand wil rijden. De camping is schier onafzienbaar groot en zeer praktisch ingericht op basis van voor elk wat wils. Kleine en grote tenten hebben elk hun eigen terrein, de caravans hebben ook zo hun afdeling, en er is een royale 'Wohnmobilstellplatz'. Ons pad vervolgend zien we ook een ruim bemeten FKK (Frei Körper Kultur) strand waar de bezoeker zich volgens streng klinkende mededelingsborden 'nur unentkleidet' mag ophouden. Achter het FKK strand ligt dan een groot familiestrand. Zoals we vaker in Duitsland hebben gezien, moet voor het strandbezoek worden betaald. Wij fietsen over een openbaar fietspad en betalen niets. Het betekent natuurlijk niet dat we gratis kunnen baden.

 

Het is laag water. Hier en daar lopen mensen op het glimmende Wad. Een groepje toeristen wordt rondgeleid en voorgelicht over het Wad. Er is een 'Drachenwiese' waar veel gebruik van wordt gemaakt. In de verte zien we de immens lange aanlegsteigers van de Jade-Weser Port. Hier meren de grote tankers en containerschepen van MÆRSK en aanverwante bedrijven aan. We verlaten het strand en de camping. Achter de dijk zien we de sluis van de buitenhaven van Hooksiel waardoor vissersschepen en plezierjachten naar Hooksiel kunnen varen.

We zoeken de havenpier op en hebben - mede dankzij de heldere lucht - een fantastisch uitzicht rondom. Je ziet de kustlijn van Butjadingen nog net, maar de Waddeneilanden niet, al zijn er wel veerboten te zien op weg naar Wangerooge.

Bij de sluis is het een dooie boel: er liggen wat zeilschepen te wachten, en een kleine kudde bejaarden fietst ietwat verveeld voorbij. Maar dan zijn er ineens twee aalscholvers die in dit stille hoekje van de haven naar hartelust duiken en boven komen met buit.

 

In het dorp storten wij ons in het toeristengedruis van Hooksiel. Er is een of ander dorpsfeest aan de gang, een aantal mensen loopt in middeleeuws aandoende kledij rond, en af en toe klinkt er een doedelzak o.i.d.

Vanaf de dijk langs de 'Alter Hafen' kunne we iets zien van de activiteiten. Je moet entree betalen om alles van dichtbij mee te maken, en voor deelname aan een activiteit betaal je dan nog eens extra. Daar hebben we geen trek in, maar de dijk biedt ons toch een blik op het gewoel aan de overzijde. Aankomst en vertrek van een Vikingschip bijvoorbeeld (compleet met drakenkoppen; hebben die Hoken soms zitten suffen tijdens de geschiedenisles?)

We duiken op onze TERN fietsjes het prachtige achterland in. Zomerse kleuren tot aan de verre horizon. De rogge is groen en geel, nog niet rijp dus, en de hoge dijk zit vol vogels. We rijden een rondje van een km of zes en keren terug naar Hooksiel. Daar doen we ons tegoed aan koffie met Apfelstrudel plus een enorme berg slagroom. Ja ja, Koning Obesitas wenkt ook ons. We pinnen wat geld, en rijden naar onze WHV Fewo.

Na de avondmaaltijd rijden we de stad weer in. We willen WHV bij avond fotograferen. De avond ervoor hadden we gezien hoe prachtig het afnemende daglicht door de wilde wolkenpartijen over stad en water viel.

Geen twee avonden zijn hetzelfde. Er is weinig wind. De hemel is bijna helemaal blauw. Ook goed, in het rimpelloze water worden schepen, bomen en huizen schitterend weerspiegeld. Ineens is er een zeehond! Vanaf de Kaiser Wilhelm Brücke film ik het dier tot het wegduikt. 

Als Martha voldoende foto's heeft gemaakt, besluiten we langs de handelskade richting Deich Brücke te fietsen. Vanaf de Deich Brücke nemen we de route naar de dijk langs de Jadebusen. We zien een scholekster badderen in het water van de Jadebusen. Een jonge bergeend foerageert, zijn snavel beweegt van links naar rechts door water en slib.

De bonkende bas van een rockband reist vanaf de Butjadingen oever aan de overkant van het water naar ons gehoor. Het zonlicht vervaagt, een vuurtoren begint te knipperen.

We rijden de dijk af naar de Kaiser Wilhelm Brücke, steken die over, en keren langs de marinewerf en over de Jachmann Brücke terug naar onze Fewo in de wijk Heppens.

 

Thuis film ik de schelpen die Martha bijeen heeft gezocht aan het Hooksieler strand. Ze zijn aan de kleine kant maar zien er puntgaaf uit. Ze liggen in een pan water en worden morgen schoongemaakt.

Charles Bukowski wacht. Ik denk dat een paar van zijn verzen het sluitstuk van deze lange dag vormen. Misschien kom ik er later op terug.

Jadebusen bij avond; ©MdVFoto
Jadebusen bij avond; ©MdVFoto

Wattenmeer Besucher Zentrum; ©MdVFoto
Wattenmeer Besucher Zentrum; ©MdVFoto

Wilhelmshaven zondag 16 juli 2017

Soms gaat het anders dan je je had voorgenomen. De vorige dag eindigde niet met Bukowski. Dus geef ik deze zondag de dichter 'het woord'.

 

In 'bright red car' biedt Bukowski de lezer:

 

- wangedrag op de Amerikaanse snelweg

- bekeuringen (tickets) krijgen als je ze niet verwacht

- bekeuringen niet krijgen waar ze wel gegeven hadden moeten worden

- een snelheidsduel op de 'freeway'

 

Bukowski ziet in de achteruitkijkspiegel van zijn auto een helderrode auto aankomen. Deze auto passeert hem. Tijdens de inhaalmanoeuvre is er 'iets' in de dichter dat hem doet besluiten de inhalende automobilist te snijden, en zo de man te dwingen achter een oud dametje te gaan rijden. Dat dametje heeft een CHRIST SAVES  bumper sticker op haar auto. Dit zie je als in een film voor je oog gebeuren. Het gaat in dit gedicht niet per se om 'goed of fout' verkeersgedrag, we kennen tenslotte allemaal de regels wel, het interessante punt is veeleer dat een mens zich zomaar, schijnbaar zonder aanleiding of reden, laat verleiden tot een bepaald gedrag.

De bestuurder van de rode auto raakt zichtbaar geïrriteerd door Bukowski's manoeuvre en laat het er niet bij zitten. Hij kruipt onmiddellijk pal achter de dichter en die reageert met 'this pissed me no end...'

Het ene leidt tot het andere. Het gedicht beschrijft een adembenemend snelheidsduel waarbij Bukowski zijn oorspronkelijke reisbestemming geheel uit het oog verliest.

Het gevecht eindigt ermee dat de twee automobilisten op een gegeven moment alleen op de snelweg zijn, de tijd hebben elkaar wat beter op te nemen en te accepteren, en zo loopt het duel a.h.w. vanzelf ten einde. Bukowski is inmiddels meer dan 18 mijl voorbij zijn bestemming, maar '...it didn't matter. it was a beautiful sunny day...'

Geen spectaculair maar wel onthullend slot. Veel van wat ons leven kleur en diepte geeft speelt zich juist buiten de gegeven orde af. Bukowski's gedicht laat zien dat je voornemens van de dag door een impuls veranderen en dat je dan een dag beleeft die je nooit meer vergeet.

 

De regen valt uit de leigrijze hemel boven WHV: ideale omstandigheden voor museumbezoek. Het wordt het UNESCO-WELTNATURERBE WATTENMEER BESUCHERZENTRUM. Iedereen weet wat dat is. Of toch niet? WHV heeft aan het Südstrand een batterij musea bijeengebracht. Het bovenvermelde bezoekerscentrum is er een van.

 

Geweldig! Het centrum bevat per verdieping - er zijn er drie - een thema. Begane grond: de walvis. Geschiedenis, walvisvaart, technieken van de walvisverwerking - yuk! wat een naar woord - de beleving van de walvis zelf, de positie van de walvis nu, het gedrag van de walvis en nog veel meer, zijn duidelijk en met mooi, beeldend materiaal inzichtelijk gemaakt voor de bezoeker.

Middenverdieping: mythos. We kennen allemaal de verhalen van de Cyclopen uit Homeros. Of anders wel die over Nessie en de Verschrikkelijke Sneeuwman. Ogenschijnlijk vooral leuk voor kinderen - er zijn aardig wat jonge gezinnen in het bezoekerscentrum - maar de volwassen kijker wordt ook even wakker geschud. Hoe zat het alweer met die Yeti? En Big Foot? Waar komen die verhalen vandaan? Wat is waar? Wat niet? En neem nou die slimme, knap uitziende 'korte mens' uit Indonesië (de Orang Pentek): bestaat hij echt?

En hoe ontstonden de fantasiedieren zoals de eenhoorn eigenlijk? Het bezoekerscentrum levert er zelf ook een paar waarvan de namen me niet meer te binnen willen schieten.

De bovenverdieping is voor de Waddenzee. Van een oude visserskotter tot een modern bassin vol Noordzeevissen, van een aantal aquaria tot een mooi vormgegeven tentoonstelling over het 'kleine leven' in de Waddenzeebodem kun je je kennis van deze wereld - such as it is - ophalen.

Voor je er erg in hebt is de zondagmiddag voorbij. De leigrijze luchten en de regen echter niet. Maar dat wisten we al, want regelmatig zagen we door de ramen van het bezoekerscentrum het Duitse Marinemuseum aan de overkant schuilgaan in het hemelwater. En o ja, er is ook een prachtige schilderijen tentoonstelling over de Waddenzee.

Licht und Finsternis; ©MdVFoto
Licht und Finsternis; ©MdVFoto

In het gedicht 'the lady and the mountain lion' voert Charles Bukowski  een dame op die een wel heel bijzonder avontuur meemaakt. Een bergleeuw steekt zijn/haar kop onder een toiletdeur door en de dame in de toiletruimte klimt van schrik op de wc-pot. Dan grijpt ze een buis boven haar hoofd vast, hijst zich wat hoger en kan in die weinig comfortabele positie de grote kat zien.

Het beest drinkt wat van een lopende kraan en vertrekt. Dan pas begint de vrouw om hulp te schreeuwen. Die komt. Geen bergleeuw meer te zien. Het voorval haalt krant en TV. Wat niet in het nieuws komt - en Bukowski noemt dit punt met nadruk - is hoe de vrouw nooit meer een dergelijk toilet zal bezoeken zonder aan die poema te denken.

 

Ik vind dit wel een boeiende observatie van Bukowski. Bijna achteloos gebracht in een ogenschijnlijk eenvoudig gedicht. Overigens wordt het voorval buitengewoon beeldend en indringend beschreven. En iedereen herkent dit patroon wel. We hebben allemaal talloze associaties met allerlei plaatsen en gebeurtenissen. En wat dan ook vaak gebeurt is dat de ene component - laten we zeggen die waar het in eerste instantie om ging - vervaagt en een andere sterker wordt.

Zo zal het zien van een zeehond in de Grote Haven van WHV belangrijker worden dan de haven die ik die avond wilde bekijken. De haven wordt van content tot frame. En in dat frame is nieuwe content gekomen: de grijze zeehond. Content. Frame. Hè, wat klinkt dit lekker eigentijds.

 

Overigens roept het fietsen in de omgeving van WHV associaties op met de Eems expedities die we tussen 2012 en 2015 hebben gedaan. De kleur van het land bij Hooksiel verbind ik met die van het Emsland bij Papenburg. Trekken langs de oevers van de Jadebusen lijkt op een bepaald moment op het fietsen langs de Dollard ter hoogte van de Coenraadpolder in Groningen.  Uit de monding van de Weser verschijnen rode containerschepen en ik sta in gedachten meteen aan de rand van de Außenhafen van Emden. 

Vogels. Planten. Dorpen zoals Greetsiel en Hooksiel. Het luidruchtige geschetter van een merel in het struikgewas  is voor mij altijd verbonden met die ene opgewonden tetterende merel bij de Eems in de buurt van Gimbte.

Heimwee. Naar het Dortmund-Ems Kanaal bij het Börkener Paradies. Naar het miniveerbootje bij Emsdetten. Naar de frisse verlatenheid van de winderige Noord-Groninger dijken. Al die herinneringen en associaties komen als goede vrienden even langs in een kleine Fewo aan de Richtweg in Heppens WHV. En ze gaan ook weer weg, keurig op tijd zelfs, want ze kennen hun plaats.

 

Jacques Westerveen, Wilhelmshaven/Groningen 

Gans bij Schillig; ©MdVFoto
Gans bij Schillig; ©MdVFoto

Commentaar schrijven

Commentaren: 0